Welke inkomens en goederen kan men behouden zelfs als er een uitvoerend beslag wordt gelegd ?

Het grootste gedeelte van de informatie in dit artikel is ook toepasselijk op uitvoerend beslag zonder dat er zich een faillissement heeft voorgedaan.

Er moet een onderscheid gemaakt worden. Iemand wiens vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een BVBA) over kop ging, zal enkel aangesproken worden op hetgeen hij ingebracht heeft in de vennootschap (er zijn enkele wettelijke uitzonderingen ). Zijn privé-vermogen blijft dus buiten schot. Dat is precies het grote voordeel van een vennootschapsstructuur.

Wanneer de ondernemer geen vennootschapsstructuur had aangenomen, ligt het moeilijker. In principe is hij dan aansprakelijk met zijn hele vermogen.  Maar er is wettelijk voorzien in een aantal waarborgen voor de gefailleerde, of de beslagene, meer in het algemeen.

Er zijn een aantal goederen, bedragen, sommen en uitkeringen die de schuldeisers en de curator helemaal niet kunnen opeisen bij de gefailleerde of bij iemand met schulden in het algemeen.

  1. De volgende goederen, zoals opgesomd in art. 1408 van het gerechtelijk wetboek, blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde of beslagene, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep (bedoeld in 3° van het artikel):
    het nodige bed en beddegoed van de beslagene en van zijn gezin, de kleren en het linnengoed volstrekt noodzakelijk voor hun persoonlijk gebruik alsmede de meubelen nodig om deze op te bergen, een wasmachine en strijkijzer voor het onderhoud van het linnen, de toestellen die noodzakelijk zijn voor de verwarming van de gezinswoning, de tafel en de stoelen die voor de familie een gemeenschappelijke maaltijd mogelijk maken, alsook het vaatwerk en het huishoudgerei dat volstrekt noodzakelijk is voor het gezin, een meubel om het vaatwerk en het huishoudgerei op te bergen, een toestel om warme maaltijden te bereiden, een toestel om voedingsmiddelen te bewaren, één verlichtingstoestel per bewoonde kamer, de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor de mindervalide gezinsleden, de voorwerpen die bestemd zijn om te worden gebruikt door de kinderen ten laste die onder hetzelfde dak wonen, de gezelschapsdieren, de voorwerpen en producten die noodzakelijk zijn voor de lichaamsverzorging en voor het onderhoud van de vertrekken, het gereedschap dat nodig is voor het onderhoud van de tuin, een en ander met uitsluiting van de luxemeubelen en luxeartikelen;
  2. De boeken en overige voorwerpen, nodig voor de voortzetting van studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van de kinderen te zijnen laste die onder hetzelfde dak wonen;
  3. De goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, tot een waarde van (2.500 EUR) op het tijdstip van het beslag en naar keuze van de beslagene, behalve voor de betaling van de prijs van die goederen; 
  4. De voorwerpen die dienen voor de uitoefening van de eredienst;
  5. De levensmiddelen en brandstof die de beslagene en zijn gezin voor een maand nodig hebben;
  6. Een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede een varken en vierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en de voeding van dat vee gedurende één maand.

Door artikel 12 van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 6 mei 2009, zijn maaltijdcheques ook niet meer vatbaar voor beslag.

Wat betekenen die wettelijke regels nu eigenlijk ? Een paar voorbeelden maken veel duidelijk :

  1. Een wasmachine of koelkast mag u wel hebben/houden, een droogkast of diepvriezer niet
  2. Een lamp per kamer daar mag u ook op rekenen, maar niet op vintage/design/antieke armaturen.
  3. Van de kinderen mag niets in beslag worden genomen, dus ook hun speelgoed niet. Discussie is er soms over professioneel aandoende pc’s of verwante apparatuur. Bij beslag is het ook verdacht als de kinderkamers veel beter voorzien zijn van meubels en toestellen dan de overige ruimten.

De inkomens uit een beroepsactiviteit die een gefailleerde of andere beslagenen ontvangen sinds het vonnis van faillietverklaring of het beslagvonnis kunnen maar in beperkte mate geclaimd worden door de curator of gerechtsdeurwaarder (art. 1409-1412 gerechtelijk wetboek):

Grenzen loonbeslag 2018
schijf netto maandelijks inkomen voor beslag vatbaar % maximale inhouding
0 -  1.105 0% 0 euro
1.105 - 1.187 euro 20% 16,40 euro
1.187  – 1.309 euro 30% 36,60 euro
1.309 - 1.432 euro 40% 49,20 euro
1.432 en meer 100% onbeperkt

Wanneer de gefailleerde/beslagene één of meerdere kinderen ten laste heeft, worden de bovenstaande bedragen verhoogd met 68 euro per kind ten laste.

Voorbeeld : Een werknemer verdient netto € 1.400/maand en heeft geen kinderen ten laste. Hij houdt 1.310,61 euro over van zijn loon. Het verschil gaat naar de schuldeiser(-s).

Vuistregels : wie meer dan € 1.432 netto verdient, houdt maximaal € 1.329,81 over na beslag. Wie minder dan € 1.105 verdient, zal geen inhouding ondergaan, behalve in mei en in december, maanden waarin er extra nettoloon betaald wordt wegens vakantie en eindejaar. Als er meerdere personen een inkomen hebben in een gezin, worden de lonen niet samengeteld, en de beslagbeperking voor elk apart berekend. Er is wel maar verhoging van de grenzen voor kinderlast voor één van de echtgenoten.

Tip : contacteer Dyzo voor een persoonlijke berekening.

De onderstaande vervangingsinkomens (zoals weergegeven in art. 1410, §1 gerechtelijk wetboek) zijn eveneens binnen bepaalde grenzen beschermd, maar de grensbedragen zijn wel lichtjes anders dan hierboven. Ook hier geldt de verhoging voor de kinderen:

  1. de al dan niet provisionele uitkeringen tot onderhoud, door de rechter toegewezen, alsmede de uitkeringen die na echtscheiding aan de niet schuldige echtgenoot worden toegekend;
  2. de pensioenen, aanpassingsuitkeringen, renten, rentebijslagen of als pensioen geldende voordelen betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
    2°bis. het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  3. de werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen betaald door fondsen voor bestaanszekerheid;
  4. de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkeringen betaald krachtens de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de wet van 16 juni 1960 die onder meer de maatschappelijke prestaties waarborgt ten gunste van de gewezen werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi en de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
  5. de uitkeringen, renten en toelagen betaald krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen of beroepsziekten, of de genoemde wet van 16 juni 1960 of verzekeringsovereenkomsten aangegaan bij toepassing van de wetgeving op de overzeese sociale zekerheid, met uitzondering van het gedeelte van de uitkering bedoeld in § 2, 4°, van dit artikel;
  6. (...)
  7. de militievergoedingen bedoeld bij de wet van 9 juli 1951;
  8. de uitkering toegekend bij onderbreking van de beroepsloopbaan.

Indien de betrokkene gelijktijdig inkomens heeft uit een activiteit én een vervangingsinkomen, dan worden die bedragen samengevoegd voor de berekening van het beslagbaar gedeelte.

Sommige uitkeringen zijn helemaal niet vatbaar voor beslag door de curator/gerechtsdeurwaarder. De gefailleerde/beslagene kan die uitkeringen dus behouden, hoe hoog ze ook zijn, aangezien er wettelijk geen grensbedragen zijn voor die uitkeringen. Het gaat om de volgende uitkeringen (zoals weergegeven in art. 1410, §2 gerechtelijk wetboek):

  1. de gezinsbijslagen, met inbegrip van deze betaald krachtens de wetgeving betreffende de soldijtrekkende militairen;
  2. de wezenpensioenen of -renten betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
  3. de tegemoetkomingen aan mindervaliden;
  4. het gedeelte van de vergoedingen uitgekeerd krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen die 100 pct. overschrijdt en toegekend wordt aan zwaar verminkten wier toestand de hulp van een andere persoon volstrekt en normaal vergt, evenals de bedragen toegekend voor de behoefte aan andermans hulp krachtens de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  5. de bedragen uit te keren :
    1. aan de rechthebbende van geneeskundige verstrekkingen als tegemoetkoming ten laste van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of krachtens de wet van 16 juni 1960 of de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
    2. als kosten voor geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen of als kosten voor prothesen en orthopedische toestellen aan een door een arbeidsongeval of een beroepsziekte getroffen persoon krachtens de wetgeving betreffende de arbeidsongevallen of de beroepsziekten.
  6. de bedragen uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden of als inkomensgarantie voor ouderen.
  7. de bedragen uitgekeerd als bestaansminimum;
  8. de bedragen uitgekeerd als maatschappelijke dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  9. de uitkering voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Dit is het overbruggingsrecht ingebouwd in de sociale zekerheid van de zelfstandigen. (oude naam : faillissementsverzekering)
  10. de al dan niet provisionele vergoedingen voor prothesen, medische hulpmiddelen en implantaten.
  11. de bedragen bepaald in artikel 120 van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitgekeerd als tussenkomst van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers.