Wie gaat er failliet, ik of mijn vennootschap?

Bij een onderneming uitgebaat door een natuurlijke persoon, dit wil zeggen dat er geen vennootschap aan het werk is, staat die persoon met zijn volledig vermogen in voor de betaling van de schulden van die zaak. Als die zaak failliet gaat, is er geen verschil tussen de schulden en eigendommen van de zaak en het persoonlijk vermogen van de ondernemer. De curator kan dus na het faillissementsvonnis onmiddellijk beslag leggen op de goederen en vorderingen van de zaak, en ook op de persoonlijke goederen van de handelaar.

Bij een eenmanszaak gaat dus de uitbater mee failliet met zijn zaak. (Sommigen spreken van een persoonlijk faillissement. Dit is spreektaal, want de inhoud van dat begrip is vatbaar voor discussie).

Bij een vennootschap ligt de situatie ingewikkelder. Het is steeds de vennootschap die failliet verklaard wordt, maar de gevolgen voor de vennoten kunnen aanzienlijk verschillen.

Er zijn namelijk vennootschapsvormen die geen bescherming bieden voor het persoonlijk patrimonium van de vennoten, er zijn er die wel dergelijke bescherming bieden.

  • Als de vennootschap geen bescherming biedt, kan de curator altijd de persoonlijke eigendommen en inkomsten van de vennoten gebruiken voor de betaling van de schulden van de vennootschap.

  • Als de vennootschap wel bescherming biedt, riskeren de vennoten in principe enkel het kapitaal dat zij in de vennootschap investeerden. Daar zijn wel uitzonderingen op.

    Vennootschappen krijgen geen kwijtschelding in geval van faillissement.

  • Zaakvoerders, bestuurders, werkende vennoten van vennootschappen die nog met schulden blijven zitten na het faillissement van de vennootschap kunnen ook een faillissement aanvragen. Want doordat zij zaakvoerder, bestuurder of werkende vennoot waren, worden ze gezien als ondernemer. Een zaakvoerder van een BVBA kan een faillissement aanvragen. Stel dat zowel Marc als Erik werkende vennoot zijn van een VOF en die VOF gaat failliet, dan beslist zowel Marc als Erik voor hun eigen of ze ook het faillissement voor zichzelf aanvragen. Het kan dan zijn dat Marc het faillissement ook aanvraagt en Erik geen faillissement aanvraagt. De curator zal dan aan Erik betalingen vragen voor de schulden van de failliete VOF. De schuldeisers zelf van de failliete VOF, kunnen Erik tijdens de faillissementsprocedure niet aanspreken om de schulden te betalen.

  • Voor meer uitleg over die vennootschapsvormen, hun gevolgen en over de (on-)betrouwbaarheid van de bescherming van het patrimonium van de vennoten tegen het failliet van de vennootschap, lees meer in de vraag : "Als mijn vennootschap failliet gaat, kan de curator toch niet aan mijn persoonlijke eigendommen ?"

    terug naar overzicht
     

Failliet Menulink: