Dyzo Verkiezingsmemorandum 2019

Op zondag 26 mei 2019 zijn er verkiezingen voor de Europese, federale en regionale parlementen. Dyzo vzw somt enkele prioriteiten op voor de beleidsmakers.

Volwaardig sociaal statuut voor ondernemers

Ondernemers werken – op eigen risico - voor hun eigen brood en dat van hun personeel. Maar deze groep die het meest risico neemt, heeft geen volwaardig vangnet voor als het minder gaat. De werkloosheidsuitkering is er enkel voor zelfstandigen die hun zaak stoppen en voordien voldoende lang als werknemer gewerkt hebben. Bovendien mag die periode van tewerkstelling niet te lang terug in het verleden liggen.Dat zorgt ervoor dat zelfstandigen als het ware ‘gestraft’ worden als ze lang in het statuut van zelfstandige zitten. Het overbruggingsrecht – dat in de plaats is gekomen van de faillissementsverzekering – is al een grote stap voorwaarts. Maar dat overbruggingsrecht kan nog verbeterd worden door de toekenningsvoorwaarden soepeler te maken.

Vlottere terugbetaling van de gezondheidszorgen

(Ex-)zelfstandigen zijn enkel in orde voor de terugbetaling gezondheidszorgen (doktersbezoek, ziekenhuisopnames,…) als hun refertejaar "in orde" is (dat betekent sociale bijdragen betaald of vrijgesteld). Het refertejaar in de sociale zekerheid is altijd twee jaar terug. Door de financiële moeilijkheden kunnen veel zelfstandigen hun sociale bijdragen niet (volledig) betalen, waardoor ze na verloop van tijd niet meer in aanmerking komen voor de terugbetaling gezondheidszorgen. Dyzo wil dat de alternatieve wettelijke mogelijkheden om terug in orde te zijn met de terugbetaling gezondheidszorgen, zoals inschrijving als verblijvende of als persoon ten laste, consequent en uniform worden toegepast door alle ziekenfondsen. Nu worden bepaalde wettelijke mogelijkheden in de praktijk niet toegepast en zijn er grote verschillen in toepassingen tussen de ziekenfondsen. Richtlijnen en toezicht omtrent de toepassing van deze regelgeving zijn dan ook aangewezen.

Herintegratie van arbeidsongeschikten

De voorbije jaren ging er veel aandacht naar het onderzoeken van de mogelijkheden om langdurig arbeidsongeschikte medewerkers te re-integreren bij hun werkgever. Dit verdient terecht veel aandacht. Unizo wees o.a. op de mogelijkheid van een re-integratiepremie voor de werkgevers.Maar de arbeidsongeschikte zelfstandigen mogen zeker niet uit het oog verloren worden. De in de commissie Bedrijfsleven goedgekeurde resolutie – op initiatief van Griet Smaers – voor een preventief beleid van arbeidsongeschikte zelfstandigen is een goede vertrekbasis. Ook een gezondheidsbudget – waarbij iedere zelfstandige vanuit het sociaal statuut een budget krijgt waarmee hij professionele begeleiding (bijvoorbeeld preventie of behandeling van burn-out) kan aankopen – is een valabele piste.

Statuut van ondernemer in openbare werken

Voor ondernemers getroffen door wegenwerken zijn er al steunmaatregelen zoals de hinderpremie. Maar de vele voorwaarden zorgen ervoor dat altijd een grote groep uit de boot valt. Het lijkt aangewezen dat er een statuut van "ondernemer in openbare werken" komt, dat automatisch toegang geeft tot bepaalde voordelen (hinderpremie, betalingsuitstel voor fiscale en sociale bijdragen, …). Lokale besturen die openbare werken plannen, kunnen de ondernemers ook proactief attent maken op de dienstverlening van Dyzo. Samenwerking tussen de schepenen van economie en openbare werken biedt veel opportuniteiten.

Meer transparantie bij overheid omtrent invorderingsbeleid en afbetalingsplannen

Veel ondernemingen in moeilijkheden kunnen hun fiscale (bedrijfsvoorheffing, btw, …) of sociale (RSZ, …) verplichtingen moeilijk nakomen. Het is cruciaal dat die overheidsdiensten duidelijk en transparant communiceren welke dwangmiddelen (dwangbevel, …) ze hebben en wat de mogelijkheden zijn (maximale duur van afbetalingsplan, kwijtschelding van intresten of boetes, …) om de ondernemer tegemoet te komen.

Het systeem van pro-deo advocatuur beter aanpassen aan de situatie van zelfstandige ondernemers

Met de vernieuwing/verruiming van de insolventiewetgeving voor ondernemers (voorheen beperkt tot handelaars) worden ook vrije beroepen en mandatarissen van vennootschappen toegelaten tot de gerechtelijk reorganisatie. Daarbij stelt zich de vraag – vooral voor de eenmanszaken – of zij ook toegang hebben tot betaalbare juridische bijstand. In de meeste gevallen is dit niet zo omdat hun inkomen wel aanzienlijk is (wat ook nodig is om een schuldsituatie uit het verleden te kunnen rechtzetten), maar dit inkomen wordt volledig opgegeten door schuldaflossingen, kosten en intresten (zodat er zelfs geen ruimte meer overblijft voor de ondernemer om nog in zijn levensonderhoud te voorzien). De huidige wetgeving voor pro-deo’s houdt eigenlijk onvoldoende rekening met de werkelijke bestedingsruimte en focust te eenzijdig op inkomsten.

"Pro deo" boekhouding

Parallel met het systeem van ‘pro deo advocaat’ moet er nagedacht worden over de uitbouw van een soort "pro deo" boekhouddienst. Dyzo ziet immers regelmatig (gewezen) ondernemers die hun boekhouder niet meer kunnen betalen, maar wel nog bepaalde boekhoudkundige/fiscale verrichtingen moeten uitvoeren vooraleer ze het pijnlijke hoofdstuk kunnen afsluiten en recht hebben op een uitkering.

Transparante erelonen van gerechtsdeurwaarders

Gerechtsdeurwaarders spelen een cruciale rol in het economische verkeer. Veel klachten gaan over de onduidelijkheid van de erelonen en kosten van de gerechtsdeurwaarders. Transparantie en duidelijkheid zijn cruciaal en kunnen veel frustraties vermijden.

Informatie-uitwisseling tussen Kamers voor ondernemingen in moeilijkheden en private instellingen

Elke ondernemingsrechtbank heeft een Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden. Die Kamers hebben als taak ondernemingen in (dreigende) moeilijkheden op te sporen (via allerlei ‘knipperlichten’ zoals verstekvonnissen, achterstanden BTW/RSZ/… die ze doorgespeeld krijgen) en op te roepen. De wet bepaalt dat die Kamers informatie kunnen uitwisselen met private of overheidsorganisaties erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden. Tot op heden is die wettelijke mogelijkheid dode letter gebleven doordat er nog geen noodzakelijke uitvoeringsbesluiten zijn. Dyzo dringt erop aan dat een volgende regering werk maakt van deze uitvoeringsbesluiten (met bijhorende samenwerkingsakkoorden tussen de Gewesten).

Laagdrempelige justitie

De toegang tot de rechtbank moet laagdrempelig blijven. In dat opzicht is bijvoorbeeld een rolrecht van 1.000 € om als onderneming gerechtelijke reorganisatie aan te vragen bij de ondernemingsrechtbank een hoge drempel. Zeker omdat dit forfaitair bedrag geldt voor alle ondernemingen, zowel de grote vennootschappen als de eenmanszaken. Digitalisering heeft veel voordelen en het online platform www.regsol.be is een stap vooruit (voor aangifte faillissement, opstarten van een gerechtelijke reorganisatie, indiening schuldvorderingen…). Dit instrument vormt wel een drempel voor digibeten, wat de nood aan een goed uitgebouwde dienstverlening aan ondernemers in moeilijkheden versterkt.

Centrale databank van borgstellingen, hypotheken en zekerheden

Veel mensen tekenen ooit een contractuele borgstelling bij een kredietinstelling (bijvoorbeeld de echtgeno(o)t(e) die zich borg stelt voor de onderneming van haar echtgeno(o)t(e)) of geven een (on)roerend goed in zekerheid. Vele jaren later is het vaak onduidelijk of men tekende, en zo ja, wat men precies tekende. Daarnaast zijn er veel moeilijke betwistingen over de draagwijdte van de borgstelling. Zo is het een praktijk van veel banken om in de borgstellingen contractueel te bedingen dat deze geldt "voor alle bestaande en toekomstige schulden" die voortvloeien uit de overeenkomst tussen de cliënt en de bank. Op die manier is de borgstelling nooit afgelopen. Een beperking in de tijd van de borgstelling of een verbod op ‘toekomstige schulden’ in clausules kunnen valabele pistes zijn.

Meer duidelijkheid bij afwikkeling faillissement

Bij een faillissement stelt de ondernemingsrechtbank een curator aan die de bezittingen van de gefailleerde moet verkopen. Curatoren zijn advocaten. Zij kunnen onmogelijk met alle sectoren en bedrijven vertrouwd zijn. Vaak worden de activa (bezittingen) zwaar onder de prijs verkocht, tot grote frustratie van de gefailleerde. Bovendien zorgt de verkoop van activa onder de prijs er vaak voor dat :

  • de gefailleerde extra moet opdraaien voor de tegoeden die de schuldeisers zo misliepen (o.a. door de contractuele borgstellingen die de gefailleerde tekende bij de schuldeisers)
  • ondernemers die een aangifte van schuldvordering indienden weinig of recuperen.

Niet zelden veroorzaakt een faillissement daardoor een kettingreactie bij de leverancier(s) van de gefailleerde onderneming. Dyzo pleit zowel voor een prominentere rol voor de rechter-commissaris (dat zijn rechters in handelszaken die niet noodzakelijk een juridische achtergrond hebben maar wel uit het bedrijfsleven afkomstig zijn) als voor een sluitend inspraakmechanisme voor de gefailleerde bij de tegeldemaking van de activa. De gefailleerde beschikt immers over veel knowhow over de activa, sector, … die niet zomaar kan genegeerd worden. Een wettelijke verduidelijking is ook nodig over hoe je met een curator kan onderhandelen over o.a. de overname handelsfonds, onroerend goed, …

Tijdelijke gerechtelijke bescherming voor particulieren

Ondernemingen (zowel eenmanszaken als vennootschappen) kunnen bij de Ondernemingsrechtbank bescherming aanvragen tegen hun schuldeisers ( dat heet gerechtelijke reorganisatie, de vroegere WCO). Niet-ondernemingen kunnen niet van die wet gebruik maken. Nochtans zijn particulieren (bijvoorbeeld ex-ondernemers met restschulden ten gevolge van een faillissement) ook gebaat met een soortgelijk systeem waarbij ze enkele maanden pauze krijgen om de situatie te analyseren. Een 3-tal maanden zonder druk van gerechtsdeurwaarders/incassokantoren/… laat toe om structurele oplossingen te zoeken. Gewezen Staatssecretaris Zuhal Demir lanceerde midden 2018 al een soortgelijk idee.9 OCMW’s op het terrein bevestigen de nood aan zo’n systeem.

Sneller faillissementen afsluiten

Veel faillissementsprocedures slepen (héél) lang aan, en soms zonder aanwijsbare redenen. Voor de gewezen bedrijfsleider is dit frustrerend, zeker omdat hij vaak in het ongewisse blijft over eventuele

dreigende bestuurdersaansprakelijkheid, restschulden,… In dat opzicht zou het een goed idee kunnen zijn om wettelijk te verankeren dat :

  • faillissementen in principe na maximum 3 jaren worden afgesloten
  • curatoren na 3 jaar uitvoerig schriftelijk moeten motiveren aan de Ondernemingsrechtbank waarom de faillissementsprocedure uitzonderlijk nog niet is afgesloten (bijvoorbeeld nog rechtszaken die lopen,…).

Meten is weten – betere monitoring van gegevens

Dyzo stelt vast dat de belangen van de doelgroep van (gewezen) ondernemers in moeilijkheden soms moeilijk te verdedigen valt door gebrek aan (actueel) cijfermateriaal. Zo is er veel onduidelijkheid over :

  • het aantal ondernemers dat een vervangingsinkomen of kostendekking vraagt aan OCMW, ziekenfonds, RVA of sociaal verzekeringsfonds, wie die steun bekomt, waarom wel/niet en hoelang;
  • het aantal ondernemers (en hun personen ten laste) zonder recht op terugbetaling van gezondheidszorgen of vervangingsinkomen bij werkonbekwaamheid, hoelang die toestand aanhoudt en hoe die opgelost werd;
  • het aantal aanvragen vrijstelling van bijdragen, wie vrijstelling bekomt, en waarom;
  • de rol van de kredietverstrekkers bij het ontstaan van moelijkheden van ondernemers;
  • het aantal ondernemers dat op gezinsniveau over een inkomen beschikt dat lager is dan de armoedegrens en hoelang die toestand aanhoudt;
  • de verschillen in optreden tussen de ondernemingsrechtbanken en tussen de curatoren;
  • hoe vaak ondernemers na een persoonlijk faillissement of gerechtelijke reorganisatie T3 schuldkwijtschelding krijgen van de ondernemingsrechtbank, waarom wel/niet, en binnen welke termijn die uitspraak komt;
  • de samenstelling en grootte van de groep van herstarters na faling.

De bevoegde overheidsdiensten moeten de mogelijkheid krijgen dit nauwkeuriger op te volgen en te delen met de samenleving. Academische onderzoekers moeten aanmoedigingen krijgen om zich te richten op de specificiteit van de zelfstandigen.

Een Dyzo in elk Europees land

In de periode 2017-2019 loopt het Europese "Early warning"-project, waar Dyzo aan meewerkt. Concreet helpt Dyzo organisaties die in andere Europese landen een faillissementspreventiedienst uitbouwen. In Griekenland, Polen, Piemonte en Madrid is tijdens dit project een goed werkende dienst opgestart. Andere initiatiefnemers krijgen stimulansen om dat voorbeeld te volgen. Een niewue Europese richtlijn verplicht elke Europese lidstaat dergelijke dienstverlening uit te bouwen. Op termijn moeten ondernemers in elke lidstaat een kosteloos en betwouwbaar aanbod vinden inzake faillissementspreventie, advies aan gefailleerden en herstarters.

Lokale besturen moeten nauw met Dyzo samenwerken

Lokale besturen hebben de mogelijkheid om met Dyzo samen te werken via verschillende modules (all-in contract, per dossier, het volgen van opleidingen, …). De meeste lokale besturen hebben ‘kleur bekend’, maar er zijn nog steeds veel lokale besturen die geen duidelijk aanbod hebben voor ondernemers in moeilijkheden. Praktijkervaring in de land- en tuinbouw laat ook zien dat het concept van gemeentelijke aanspreekpunten een aanrader is. Zelfstandigen hebben een eigen aanpak nodig. Gemeentelijke aanspreekpunten worden best aangevuld en versterkt met mensen die vertrouwd zijn met de ondernemerswereld.

Onderwijs

Tijdens de opleiding sociaal werk, accountancy-fiscaliteit, … in het hoger onderwijs is er vaak weinig of geen oog voor de problematiek van zelfstandigen (in moeilijkheden). Veel pas afgestuurde maatschappelijk werkers en economische beroepen hebben tijdens hun opleiding nooit les gekregen over deze vaak over het hoofd geziene doelgroep en de specifieke problemen waar zelfstandigen mee kunnen geconfronteerd worden. Maar ook prestarters worden er niet op gewezen dat er organisaties bestaan waar ze terecht kunnen bij dreigende moeilijkheden. Dyzo wil dat in het onderwijs voldoende gewezen wordt op de problematiek van zelfstandigen in moeilijkheden (ander wetgevend kader, andere leefwereld…) en dat studenten ingelicht worden over het aanbod actief op het terrein. Ook ondernemers moeten vóór de start duidelijk gemaakt worden dat er – parallel met de huisarts die altijd beschikbaar is bij ziekte – organisaties bestaan waar ze terecht kunnen voor een jaarlijkse routinecontrole of als hun zaak spreekwoordelijk ziek is.

Responsabilisering van de economische beroepsbeoefenaars

Voor veel ondernemers is hun boekhouder hun klankbord, hun adviseur én vertrouwenspersoon. Dyzo stelt vast dat de relatie ondernemer-boekhouder vaak vertroebeld raakt als de onderneming in moeilijkheden komt. Een goede communicatie is cruciaal om problemen te vermijden. In dat opzicht is het aangewezen dat de economische beroepsbeoefenaars proactief signaleren als er knipperlichten (beginnen) branden in de onderneming. Dit ligt ook in de lijn van de inhoud van hun beroep dat snel wijzigt (o.a. ten gevolge van de digitalisering) en waarbij hun adviesrol in belang stijgt. Bovendien moeten de gevolgen van bepaalde boekhoudkundige zaken (denken we maar aan geld opnemen uit de vennootschap via R/C, een vennootschap oprichten met niet-volstort maatschappelijk kapitaal, …) duidelijk gemaakt worden aan de ondernemer. De beroepsinstituten hebben hier een rol te spelen. Dit is ook wettelijk verankerd in het Wetboek Economisch Recht.

Structurele financiering van Dyzo vzw

Dyzo vzw – opgericht in 2014 en sinds 2015 in de plaats gekomen van Efrem en Tussenstap (fusie) – is structurele partner van de Vlaamse overheid (Agentschap Innoveren en Ondernemen). Gezien de specificiteit van de doelgroep is een structurele financiering van de Vlaamse overheid noodzakelijk om een kwaliteitsvolle, laagdrempelige en kosteloze aanpak te blijven garanderen. We vragen ook aandacht voor het feit dat onze opdracht in belangrijke mate verruimd wordt door de nieuwe insolventiewetgeving voor ondernemers die sinds 1 mei 2018 van kracht is. Het daarin gehanteerde begrip ‘ondernemer’ is veel ruimer dan wat in de vroegere wetgeving begrepen werd onder ‘handelaar’. Dit betekent dat er veel schuldhulpverlening verschuift van de Arbeidsrechtbank naar de Ondernemingsrechtbank en bijgevolg ook van de OCMW’s en CAW’s naar Dyzo. De middelen waarover Dyzo kan beschikken, werden hiertoe nog niet aangepast.