Welke oplossingswegen buiten het faillissement zijn er voor een bedrijf in moeilijkheden?

‘De wet op de continuïteit van de ondernemingen’ (afgekort WCO) is vanaf 01/04/2009 in de plaats gekomen van de wet op het gerechtelijk akkoord. Die wet is aangepast in 2013. Vanaf 1 mei 2018 bestaat die wet niet meer afzonderlijk maar is die opgenomen in het boek XX van het Wetboek Economisch Recht (afgekort WER). Dit boek gaat over de insolventie van ondernemingen. De faillissementswet maakt ook onderdeel van dat boek. De term WCO wordt niet meer gebruikt. Die wordt vervangen door het begrip 'gerechtelijke reorganisatie'. 

Boek XX WER bevat regelgeving over het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden. Een afdeling van de rechtbank van koophandel (de vroegere kamer van handelsonderzoek - nu kamer voor ondernemingen in moeilijkheden) houdt in het oog of er bij een bedrijf veel knipperlichten gaan branden en roept het bedrijf dan op. Lees daarover hier meer.

Titel 3 van dat Boek gaat over voorlopige maatregelen die kunnen genomen worden. Er kan een gerechtsmandataris (bij 'kennelijk grove tekortkomingen' van de ondernemer) of een voorlopig bewindvoerder (bij 'kennelijk grove fouten') aangesteld worden.

De ondernemer/schuldenaar kan de rechtbank vragen om een ondernemingsbemiddelaar in te stellen (art. XX.36 WER). Deze kan dan bijstaan bij de reorganisatie van de onderneming. Zo kan een ondernemingsbemiddelaar met de schuldeisers gaan onderhandelen om tot een minnelijk akkoord te komen buiten de rechtbank. De schuldenaar kan zelf vragen om een bepaalde persoon als ondernemingsbemiddelaar voor te stellen.

Buiten de rechtbank om kan de ondernemer in moeilijkheden met al zijn schuldeosers of met enkele (minimum 2) een akkoord afsluiten rond de terugbetaling van zijn schulden (art. XX.37 WER). De inhoud van dat minnelijk akkoord is vrij te bepalen door de partijen. Zo'n akkoord bindt derden die er niet bij betrokken waren niet. Je moet in dat akkoord motiveren wat het nut ervan is voor de reorganisatie van de onderneming. En er moeten 2 specifieke clausules opgenomen worden in dit akkoord ('vertrouwelijkheidsclausule' en 'opsplitsbaarheidsclausule'). Het akkoord kan neergelegd en bewaard worden in het register. Maar de rechtbank zal er niet naar kijken en moet er niet mee akkoord gaan. Een dergelijk akkkoord biedt een schuldeiser enkele voordelen wanneer er toch een faillissement volgt. De schuldeiser zal ontvangen betalingen in het kader van dat akkoord niet moeten terugbetalen aan de curator en dus is het afsluiten van zo'n akkoord ook voordelig voor een schuldeiser.

De wet biedt ondernemingen in financiële moeilijkheden een aantal mogelijkheden, tools om de onderneming te redden en het faillissement te vermijden.

Voor de Gerechtelijke Reorganisatie (Titel 5 van Boek XX) moet je een keuze maken tussen de 3 volgende mogelijkheden:

1)      minnelijk akkoord

2)      collectief akkoord

3)      overdracht van de onderneming