Wat vindt UNIZO van de huidige aansprakelijkheidsregeling voor bestuurders ?

Volgens UNIZO is onvoldoende onderzocht welke de effecten van die maatregelen zijn, zowel op het vlak van het terugdringen van fraude als op het ondernemersinitiatief in het algemeen.

 

Het hoeft geen betoog dat dergelijke maatregelen de ondernemingszin allerminst stimuleren. Wil men mensen aansporen om een eigen zaak te beginnen, dan moet een ondernemer de mogelijkheid krijgen zijn persoonlijk vermogen af te schermen van het ondernemingsrisico. Vaak is dit trouwens een doorslaggevende factor om kandidaat-ondernemers over de streep te halen. Dat betekent trouwens niet dat de oprichter van een vennootschap geen risico zou lopen (denken we maar aan de verregaande oprichtersaansprakelijkheid in het geval van een faillissement). Dat houdt evenmin verband met een gebrek aan geloof in het eigen project. Wel met een gerechtvaardigde bescherming van familieleden en derden. UNIZO pleit daarom voor het herstel van de essentie van de vennootschapsvorm : de beperkte aansprakelijkheid.

UNIZO vraagt dat de aansprakelijkheidsregeling van bestuurders aan een kritische analyse wordt onderworpen. In het bijzonder het vermoeden van schuld en de bijhorende omkering van de bewijslast in hoofde van de bestuurder bij fiscale schulden is onaanvaardbaar. Ook het hoofdelijk karakter van de aansprakelijkheid (iedere bestuurder kan voor het geheel van de schulden worden aangesproken ongeacht zijn bijdrage in het ontstaan van deze schulden) moet herzien worden. Het komt immers de rechtbank toe te beoordelen in welke mate een bestuurder door zijn fout heeft bijgedragen tot het ontstaan van schade (schulden) en op basis daarvan te bepalen in welke mate hij hiervoor kan worden aangesproken.