Wat gebeurt er met mijn aanvullend pensioen, levensverzekering,… na een faillissement?

Veel gefailleerden waren de jaren vóór hun faillissement al aan het sparen voor een aanvullend pensioen. Denken we maar aan het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), groepsverzekeringen, bedrijfsleiderverzekeringen, pensioensparen, levensverzekeringen,… Door de financiële problemen ten tijde van het faillissement zijn vele gefailleerden gestopt met het betalen van die premies of bijdragen. Maar de vraag is natuurlijk wat er ten gevolge van het faillissement gebeurt met het voordien reeds opgebouwde kapitaal.
 
Wanneer men stopt met premies te betalen voor een aanvullend pensioen, levensverzekering,… zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is er gewoon reductie van het kapitaal, wat betekent dat men geen premies meer betaalt en het reeds opgebouwde kapitaal gewoon blijft staan tot men er recht op heeft op basis van het contract (bijvoorbeeld het bereiken van de pensioenleeftijd bij een aanvullend pensioenplan). Ofwel gaat men over tot afkoop van het reeds opgebouwde kapitaal. Dan krijgt men het kapitaal onmiddellijk uitbetaald.
 
De curator De beslissing tot reductie of afkoop is een beslissing die alleen de betrokkene zelf kan nemen. De curator kan dus met andere woorden onmogelijk in de plaats van de gefailleerde die beslissing nemen. Art. 114 van de wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25/06/1992 bepaalt immers uitdrukkelijk het persoonsgebonden karakter van het recht op afkoop of reductie.

De banken. Financiële instellingen kunnen rekenen op een wet die hen toelaat alle openstaande tegoeden bij dezelfde instelling als één geheel te beschouwen en die te gebruiken om schulden mee te betalen. Dat geldt voor spaarboekjes, maar ook voor aanvullend pensioenkapitaal, dank zij clausules in de verkoopsvoorwaarden. In die kleine lettertjes vind je dit systeem soms terug onder de vakterm "eenheid van rekening", maar daar bestaan ook tal van andere omschrijvingen voor.

 


Voor sommige contracten is het bovendien onmogelijk om tot afkoop over te gaan. Bij het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) bijvoorbeeld is het in art. 49, §1 van de programmawet (I) voorzien dat het recht op afkoop slechts kan uitgeoefend worden van zodra de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.

Indien men beslist tot afkoop zal het kapitaal dat men vervolgens uitgekeerd krijgt dus in de failliete boedel belanden en uitbetaald worden aan de schuldeisers. Een voorbeeld hiervan is de levensverzekering. Wanneer tijdens een faillissementsprocedure het kapitaal van een levensverzekering vrijkomt door een overlijden of het verstrijken van de termijn, zal het kapitaal rechtstreeks in de boedel vallen als de gefailleerde zelf begunstigde is van de levensverzekering. Indien er een derde-begunstigde is, dan is de vordering op dat kapitaal een eigen recht van de derde en maakt het geen deel uit van het vermogen van de gefailleerde. Indien het contract  nog niet aanvaard is door de derde-begunstigde op het ogenblik van het faillissement, kan de gefailleerde het contract alsnog herroepen. De curator kan onmogelijk zo’n contract herroepen omdat het een persoonlijkheidsrecht is, een recht verbonden aan de persoon van de gefailleerde. Indien de derde-begunstigde al aanvaard heeft, is herroeping onmogelijk.

In dit verband moet er een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de externe pensioentoezeggingen ( groepsverzekering, vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (met of zonder sociale clausules), individuele pensioentoezegging,..) en de interne pensioenvoorziening nml. het pensioengeld op de vennootschapsbalans. De eerste categorie is faillissementsbestendig , de tweede categorie daarentegen niet. Het geld dat in de vennootschap is gebracht met het oog op pensioen kan aan de curator toevallen, maar over het geld van de externe pensioentoezeggingen heeft de gefailleerde altijd het laatste woord.

Als een bank schuldeiser is in het faillissement, dan is het aanvullend pensioenkapitaal in gevaar. Het feit dat aanvullend pensioen geen kredietovereenkomst is maar een toepassing van de levensverzekeringsovereenkomst, verandert daar niets aan. Praktisch alle banken zorgen ervoor dat de kleine lettertjes van elk contract staat dat de eenheid van rekening van toepassing is op alles bij de bank (zichtrekening, beleggingen, pensioenspaarplan,...). Doordat de meeste banken ook beleggingen en verzekeringen verkopen, is hun macht bij betalingsmoeilijkheden dus niet te onderschatten.