Wat gebeurt er met geldige overeenkomsten die op het moment van het faillissement nog lopende zijn?

(art. 46 faillissementswet)

De curatoren beslissen in het begin van hun opdracht of ze de overeenkomsten die gesloten zijn vóór het vonnis van faillietverklaring en waar het vonnis geen einde heeft aan gemaakt al dan niet verder uitvoeren. Voor de opzegging van de arbeidsovereenkomsten gelden bijzondere regels. Ook huurovereenkomsten kunnen niet zomaar in alle gevallen opgezegd worden. Voorbeeld: de echtgenote oefent haar beroepsactiviteit uit in de gehuurde gezinswoning.

De curator is als bewaker van de belangen van de schuldeisers praktisch steeds verplicht de huur van de woning van een gefailleerde op te zeggen als een van zijn eerste acties. Dit is geen pestgedrag, dit heeft uitsluitend als bedoeling de schulden die in het faillissement vallen niet te laten aangroeien, en geen nieuwe bevoorrechte schulden te doen ontstaan.

De gefailleerde is vrij om na de opzeg door de curator, onmiddellijk een daaropvolgend nieuw huurcontract af te sluiten voor diezelfde woning. De huurschuld die onstaat uit dat nieuwe contract behoort niet tot het faillissement en moet betaald worden met inkomsten die onstaan zijn na het faillissementsvonnis.