Wat doe je als je boekhouder of fiscalist je schade berokkent of medewerking weigert ?

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen boekhouders en accountants. Enerzijds is er het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en anderzijds is er het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten. De ledenlijsten zijn online raadpleegbaar op de onderscheiden websites. Zo kan je snel te weten komen bij wie je cijferexpert is aangesloten.

 

De deontologische regels van het BIBF zijn raadpleegbaar online.

Geschillen betreffende de wijze waarop het beroep wordt uitgeoefend :
 
Bij conflicten tussen klant en boekhouder-fiscalist gebeurt het soms dat de laatste weigert facturen, balansen, boekhouding terug te geven aan zijn klant. Dit is deontologisch verboden, zelfs als de klant facturen van de boekhouder-fiscalist niet betaald heeft. Die mag wel weigeren nieuw werk af te leveren zolang hij/zij niet betaald is. Hij moet wel de wettelijke verplichtingen (aangifte BTW, aangifte inkomstenbelasting, ..) verder blijven vervullen zolang hij niet bewijsbaar een einde maakt aan de samenwerkingsrelatie.
 
Je kan bij het BIBF een klacht indienen tegen je boekhoudkantoor omwille van tekortkomingen in het geleverde werk of  als je vragen of bedenkingen hebt bij de werkrelatie met de boekhouder.  De rol van het Instituut is hier wel beperkt tot een onderzoek van de feiten in verhouding tot de deontologische regels. Je mag geen beslissing verwachten dat je geen of minder ereloon dient te betalen of dat je recht hebt op een schadevergoeding.  Je boekhouder kan wel een tuchtsanctie krijgen.
 
Er is de mogelijkheid een verzoeningscommissie op te richten wanneer er een geschil is tussen boekhouders (zie artikel 18 reglement van plichtenleer.)
 
Er zijn voor de betwisting van erelonen 2 andere oplossingen :
 
1. Zo kan de betwiste factuur bij wijze van arbitrage voorgelegd worden aan de bevoegde Uitvoerende Kamer. In dit geval zal de Kamer uitspraak kunnen doen over het te betalen ereloon. De uitspraak van de Kamer is definitief en kan enkel nog betwist worden voor het Hof van Cassatie. Gelet op het feit dat de Kamer als het ware  tussenkomt als rechtbank kan deze procedure echter enkel opgestart worden met toestemming van zowel de cliënt als de boekhouder in kwestie. De procedure kan opgestart worden ongeacht de hoogte van het betwiste ereloon.
 
2. In het geval men niet tot dergelijk arbitrageakkoord komt en de boekhouder via de Rechtbank zijn ereloon wil invorderen kan aan de Rechtbank gevraagd worden dat deze het advies inwint bij de bevoegde Uitvoerende Kamer omtrent de hoogte van het aangerekende ereloon . De procedure verloopt analoog aan een arbitrageprocedure doch met dat verschil dat de Uitvoerende Kamer enkel een niet-bindend advies formuleert. Het blijft vervolgens nog altijd aan de rechtbank om definitief een uitspraak te doen.