Wanneer is er sprake van verjaring van de schuld?

Een bevrijdende verjaring berust in de meeste gevallen gewoon op het niet-optreden van de schuldeiser, die nalaat zijn rechten te doen gelden. De rechtsvordering die hij had kunnen instellen tegen zijn schuldenaar dooft op die manier uit. Treedt hij in rechte op na het verstrijken van de verjaringstermijn, dan kan de schuldenaar de verjaring inroepen en aldus ontkomen aan betaling. De rechter kan de verjaring van het recht van de schuldeiser niet ambtshalve opwerpen, behalve wanneer het een zaak van openbare orde betreft (bijvoorbeeld: verbintenis om geen klacht in te dienen, schenking onder samenwonenden, belastingen).



Iemand kan niet op voorhand (in een overeenkomst) worden beroofd van de mogelijkheid de verjaring in te roepen. Maar zodra de verjaringstermijn verstreken is, kan de schuldenaar wel afstand doen van het inroepen van de verjaring. De partijen kunnen ook gezamenlijk beslissen een verjaring die al begon te lopen, te schorsen. Of ze kunnen de wettelijke termijnen ten gunste van de schuldenaar verkorten, behalve indien de openbare orde in het spel is.