Wurgcontracten - nog eens van hetzelfde ? Horeca - 15/10/14

Liefst 65 procent van alle cafés in ons land wordt door een brouwer of drankenhandelaar in de greep gehouden met een huurcontract (het zogenaamd brouwerijcontract). De cafébazen mogen vaak enkel bij hen drank afnemen en riskeren boetes als ze niet genoeg verkopen. Dat blijkt uit een onderzoek waaraan 411 cafés deelnamen. Dit bevestigt enkel maar de praktijkervaring van Tussenstap en Horeca Vlaanderen. Het onevenwichtige tot zelfs wurgend karakter van deze contracten blijkt uit volgende bepalingen :

De herbergier mag enkel aankopen bij de verhuurder

  • bier (vaak ook andere dranken in 91 procent van de gevallen
  • melk, suiker of chips in 23 procent van de gevallen.

De herbergier moet een vooraf bepaalde hoeveelheid verkopen

  • in 72 procent van de gevallen 
  • Ruim de helft krijgt zelfs een boete als dat niet wordt gehaald.

Brouwerijcontracten worden ondanks hun naam ook afgesloten door groothandelaars in dranken. Zij verzekeren zich van omzet door cafés op te kopen of te huren. Dat geeft hen vervolgens de mogelijkheid om aan het verhuurcontract met de uitbaters verplichtingen voor verkoop van hun producten te koppelen. Dat is wel legaal, maar het evenwicht tussen de contracterende partijen is vaak zoek, wat de zelfstandigheid van de cafébaas en de overlevingskansen van het café sterk kan aantasten.



Europese reglementering heef die contracten al evenwichtiger gemaakt, helaas is dat in België momenteel enkel van toepassing op de INBEV-groep. Komt er beterschap voor de overgrote meerderheid van cafés? Nu staat in het regeerakkoord dat 'de regering met de betrokken sectoren onderzoekt hoe er meer transparantie kan komen inzake de prijsvorming van brouwerijcontracten en duidelijkheid over de specifieke rol van de leverancier, de verhuurder dan wel de financier, met als oogpunt de vrijheid van de ondernemer niet te beletten bij het aanbieden van producten'.

Vijf voor twaalf Menulink: