Wat te doen bij dwaling of bedrog in zaken ?

Helaas zijn zelfstandigen niet altijd even zorgvuldig of  zelfs eerlijk in het zakendoen met elkaar. Dit is een niet verwaarloosbare oorzaak van insolvabiliteit en de daaruit voortvloeiende faillissementen.

Om je met succes te kunnen weren tegen dergelijke kwade trouw komt het erop aan te bewijzen dat er bedrog in het spel was. Je moet daarbij ook goed in het oog houden wat de betekenis is van de juridische terminologie die deze kwesties regelt. Daarom hierna wat uitleg en verwijzing naar de wetsartikels van toepassing. In de praktijk zal een advocaat onontbeerlijk zijn om dergelijke procedure tot een goed eind te brengen.

Omdat de gevolgen zwaar zijn, zal een rechter de regel van goed huisvaderschap hanteren om dwaling onder handelaars als bewezen aan te nemen. Dit wil zeggen dat de rechter strikt zal nazien of de wettelijke voorwaarden bewezen zijn. Hij zal ervan uitgaan dat een normaal,  voorzichtig en redelijk handelaar in dezelfde omstandigheden geplaatst een aantal voorzorgen in acht zal nemen. Bijvoorbeeld : vooraleer een zaak over te nemen zal hij de boekhouding door een deskundige laten nazien en dergelijke.

Burgerrechtelijke aspecten

Het gaat hier over de zogenaamde CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Titel III hoofdstuk II B.W. Art. 1101 en volgende handelen over wilsovereenstemming/toestemming
A. Een OVEREENKOMST kan nietig zijn in volgende omstandigheden:
  • Dwaling : Handelen als een normaal voorzichtig en redelijk persoon / handelaar in dezelfde omstandigheden geplaatst. De  bewijslast is redelijk streng.
  • Bedrog : Art. 1116 B.W. Bedrog is een oorzaak van nietigheid van de overeenkomst, wanneer de kunstgrepen, door een van de partijen gebezigd, van dien aard zijn dat de andere partij zonder die kunstgrepen klaarblijkelijk het contract niet zou hebben aangegaan.  Bedrog wordt niet vermoed, het moet worden bewezen. Art. 1117 B.W.Een overeenkomst die door dwaling, geweld of bedrog is aangegaan, is niet van rechtswege nietig; zij levert slechts grond op voor een vordering tot nietigverklaring of tot vernietiging, in de gevallen en op de wijze, bepaald in afdeling VII van hoofdstuk V van deze titel.
  • Geweld
  • Bedrieglijke Benadeling
  • Niet geoorloofde oorzaak
  • Onbepaald of onbepaalbaar voorwerp van de overeenkomst
  • Handelingsonbekwaamheid van de contracterende partijen
 B. ONTBINDING VAN DE OVEREENKOMST MET SCHADEVERGOEDING bij niet nakoming van de overeenkomst/wanprestatie ( Middelen vs. Resultaatsverbintenis):
Titel III Hfdst II Afdeling IV B.W. à art. 1146 en volgende B.W.
 AFDELING IV. - SCHADEVERGOEDING WEGENS NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENIS.
  •  Art. 1146 B.W. Schadevergoeding is dan eerst verschuldigd wanneer de schuldenaar in gebreke is zijn verbintenis na te komen, behalve indien hetgeen de schuldenaar zich verbonden heeft te geven of te doen, niet kon gegeven of gedaan worden dan binnen een bepaalde tijd, die hij heeft laten voorbijgaan.
  •  Art. 1147 B.W.. De schuldenaar wordt, indien daartoe grond bestaat, veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding, hetzij wegens niet uitvoering van de verbintenis, hetzij wegens vertraging in de uitvoering, wanneer hij niet bewijst dat het niet nakomen het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend, en hoewel er zijnerzijds geen kwade trouw is.
  • Er zijn bijzondere voorwaarden voor handelaars, want : Men moet handelen als een normaal voorzichtig en redelijk handelaar in dezelfde omstandigheden geplaatst. Dit komt neer op een zwaardere bewijslast.

Strafrechtelijke aspecten

Eventueel aan te voeren indien alle constitutionele aspecten aanwezig zijn van het misdrijf en er voldoende bewijs bestaat.
 
HOE? KLACHT MET BURGERLIJKE PARTIJSTELLING
  • Oplichting: Het misdrijf van oplichting omvat drie constitutieve bestanddelen: het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen, de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, gevolgd door een afgifte of levering van de zaak, welke de benadeelde zonder de aangewende bedrieglijke middelen niet zou hebben afgegeven of geleverd (art. 496 Sw.)
  • Misbruik van vertrouwen: Misbruik van vertrouwen is de bedrieglijke verduistering of verspilling, ten nadele van een ander, van voorwerpen die men ontvangen had onder de verplichting van ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden. Art. 491-495 bis Strafwetboek
Vijf voor twaalf Menulink: