Betwistingen bij beslag

Vooruitziende leveranciers van goederen die een belangrijk kapitaal vertegenwoordigen vermelden in hun facturen meestal een "eigendomsvoorbehoud". Er staat dan dat alle door de klant gekochte goederen eigendom blijven van de leverancier zolang ze niet volledig betaald zijn. Het beschermend effect van deze maatregel is evenwel beperkt als de klant met beslagname te maken heeft. Dat beslag kan zowel binnen als buiten een faillissement gebeuren. Er komt dan een gerechtsdeurwaarder in het bedrijf van je klant vaststellen wat er daar aan verkoopbaars staat. Als op je product niet uitdrukkelijk vermeld staat dat er een eigendomsvoorbehoud op rust, bijvoorbeeld omdat het een geleasd product betreft, is de kans groot dat de deurwaarder er geen rekening mee kan houden. Het is immers onbegonnen werk bij een beslagprocedure alle facturen van een firma na te vlooien op de kleine lettertjes waarin dergelijk voorbehoud geformuleerd staat. Eens het beslag uitgevoerd wordt door een verkoop, rest er dus niet veel meer van zo'n eigendomsvoorbehoud. Vaklui spreken over retentierecht.

Voorbeeld van vaak voorkomend eigendomsvoorbehoud : je garagist houdt je wagen bij zich zolang je factuur niet betaald is.

Vaak voorkomend voorbeeld van onterecht gebruik van retentierecht : zelfs als de facturen van je boekhouder niet betaald zijn, mag hij/zij niet weigeren om je boeken, facturen, jaarrekeningen, aangiften en aanslagbiljetten terug aan jou te geven. Dat is zo geregeld door de tuchtorganen IAB of BIBF waar elke boekhouder bij moet aangesloten zijn. Daar staan ook straffen op.

Iets wat een beetje lijkt op het retentierecht is het revendicatierecht. Dat houdt de betwisting in van een onterecht beslag. Meestal is dat beslag onterecht omdat het geen eigendom was van de beslagene, maar zich wel in de woonplaats of werkplaats van die laatste bevond.

Een verregaand voorbeeld uit de praktijk zet de zaken op scherp : Een garagist gaat failliet. De curator treft in de werkplaats voertuigen aan en schrijft die op voor verkoop. Bij een volgend bezoek zijn die voertuigen verdwenen, want de failliete garagist heeft ze teruggegeven aan de klanten. Het faillissement wordt afgesloten zonder verschoonbaarheid omdat de curator dit als deloyaal gedrag van de gefailleerde beschouwt. De klanten hadden gebruik moeten maken van hun revendicatierecht. De gefailleerde mag helemaal niets meer beslissen over de failliete boedel. De curator is baas over de boedel.

Preventie Menulink: