Hoe komt het openbaar ministerie te weten dat het slecht gaat met mijn zaak?

(art. 8-12 wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen)

Op het niveau van de rechtbank van koophandel bestaan er kamers voor handelsonderzoek. De kamers volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren. Deze kamers organiseren de zogenaamde ‘knipperlichtprocedures’, wat er op neerkomt dat ze de probleembedrijven proberen op te sporen. De procureur des konings heeft toegang tot deze gegevens, en krijgt ook een verslag van het onderzoek gevoerd door deze kamers. Hij kan op basis daarvan in actie komen. Ondernemers in moeilijkheden kunnen opgeroepen worden door die kamers om uitleg te verschaffen.

De criteria die deze kamers gebruiken voor de opsporing zijn bij elke rechtbank van koophandel anders. Zo zijn er sommige rechtbanken die intensief gebruik maken van de gegevens van het financieel informatiebureau Graydon, en andere helemaal niet. Het is wel officieel bepaald dat de griffie van de rechtbank van koophandel automatisch op de hoogte wordt gebracht van :

  1. veroordelende vonnissen waarbij de handelaar de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist;
  2. handelaren die reeds twee kwartalen geen RSZ-bijdragen, BTW of bedrijfsvoorheffing meer betaald hebben;
  3. beslissingen waarbij aannemers hun erkenning wordt geschorst, waardoor ze niet meer mogen meedoen aan overheidsopdrachten;
  4. onbetaalde of geprotesteerde wissels of orderbriefjes;
  5. vonnissen die een einde maken aan een handelshuur of aan het beheer van een onderneming.

De gegevens worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel. De zelfstandigen kunnen er op elk ogenblik ter plaatse kennis van nemen. Schuldeisers kunnen foutieve gegevens over zichzelf laten corrigeren.