Hoe gebeurt de afwikkeling van de faillissementsprocedure (en kan een gefailleerde zich verzetten)?

(art. 73 en 75 e.v. faillissementswet)
De faillissementsprocedure kan op twee manieren worden afgesloten: (1) de summiere rechtspleging tot sluiting van het faillissement of (2) de afsluiting van het faillissement door vereffening.

 

Het eerste geval (art. 73 faillissementswet) komt voor als de curator vaststelt dat er niet genoeg actief is (om de vermoedelijke kosten van beheer en vereffening te dekken). De rechtbank zal die sluiting van de verrichtingen van het faillissement enkel uitspreken op verzoek van de curator en nadat de gefailleerde behoorlijk is opgeroepen. De sluiting van het faillissement wegens ontoereikend actief is definitief, het is onmogelijk om het faillissement te heropenen. Het gevolg van zo’n vonnis is dat de gefailleerde opnieuw aan het hoofd wordt geplaatst van zijn vermogen en dat de curator wordt afgezet. De schuldeisers herwinnen hun recht om individueel rechtsvorderingen in te stellen tegen de persoon en de goederen van de gefailleerde, behalve als de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard.

In het tweede geval vindt er een vereffening plaats waardoor de curator het actief ‘realiseert’. Daarmee bedoelt de wetgever dat het actief omgezet wordt in in geld, bijvoorbeeld door :

  1. de verkoop van goederen
  2. het innen van schuldvorderingen
  3. het aangaan van dadingen (dit zijn overeenkomsten waarmee partijen een einde maken aan een betwisting, meestal door allebei iets toe te geven)

De opbrengst daarvan verdeelt hij onder de schuldeisers. Bij de verkoop van goederen is er wel wettelijk voorzien dat de schuldeisers of de gefailleerde (!) die menen dat hun rechten benadeeld worden door een voorgenomen verkoop van activa, in kort geding de aanstelling kunnen vragen van een curator ad hoc (art. 75§3). Die aangestelde curator kan dan aan de rechtbank vragen de verkoop te verbieden indien de verkoop indruist tegen de belangen van de gefailleerde. Dit is wel enkel mogelijk bij de verkoop van goederen. Wanneer de curator schuldvorderingen int of dadingen aangaat is er geen verzet mogelijk door de gefailleerde!

Het bedrag van het actief van de gefailleerde wordt onder de schuldeisers verdeeld naar evenredigheid van hun vorderingen en na aftrek van de kosten en uitgaven voor het beheer van de failliet boedel, van de uitkeringen tot levensonderhoud aan de gefailleerde en zijn gezin en van hetgeen aan de bevoorrechte schuldeisers betaald is (art. 99 faillissementswet). Vooraleer er wordt overgegaan tot de uitbetaling van de schuldeisers is er eerst nog de ‘vergadering van rekeninggeving’ (art. 79 en 80 faillissementswet). De rechter-commissaris belegt die vergadering en roept de gefailleerde en de schuldeisers op. Op die vergadering worden de rekeningen en de staat van kosten en ereloon van de curator besproken. De goedkeuring van de rekeningen betekent kwijting ten voordele van de curator. Indien er betwisting is, zal het de rechtbank van koophandel zijn die de knoop doorhakt en zodoende de sluiting van het faillissement beveelt.

Het gevolg van het afsluiten van het faillissement door vereffening is niet alleen dat de curator en rechter-commissaris definitief worden ontheven van hun taak en dat het faillissement definitief wordt gesloten, maar ook dat de gefailleerde terugkeert in het bezit van zijn vermogen en dat de buitenbezitstelling afgelopen is. Indien de gefailleerde niet-verschoonbaar is verklaard krijgen de schuldeisers opnieuw het recht individueel hun schuldvorderingen uit te voeren tegen de persoon en het vermogen van de gefailleerde! Als de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard kunnen de schuldeisers hun schuldvorderingen niet meer uitvoeren tegen de persoon van de gefailleerde.

Het is de rechter-commissaris die aan de rechtbank mededeling doet van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en die verslag uitbrengt over de sluiting van het faillissement. Zowel de curator als de gefailleerde worden gehoord door de rechtbank over de verschoonbaarheid.