Geven alle vennootschapsvormen eenzelfde bescherming tegen schuldeisers ?

Er zijn vennootschappen die geen bescherming bieden tegen schuldeisers. Elke schuldeiser die niet door de vennootschap betaald wordt, kan zich eenvoudigweg tot de vennoot van zijn keuze wenden en die de totale schuld van de vennootschap doen betalen. Deze vennootschappen zijn tamelijk populair omdat ze snel en goedkoop op te richten zijn. Volgende vennootschapsvormen behoren tot deze soort :

  •  VOF (vennootschap onder firma)
  •  GCV (gewone commanditaire vennootschap)
  •  CVOA (coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid)

Er is een vennootschapsvorm waarin er vennoten zijn met onbeperkte en met beperkte aansprakelijkheid. Dat is de CVA (commanditaire vennootschap op aandelen).

Tenslotte is er de soort vennootschappen waarin de vennoten beperkt aansprakelijk zijn. Het gaat meer bepaald over volgende vennootschapsvormen :

  •  NV (naamloze vennootschap)
  •  BVBA (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid)
  •  CVBA (coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid)

In een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid staat er in principe voor schuldeisers een muur tussen het vermogen van de vennootschap en dat van de vennoten. Deze muur vertoont wel wat gaten.


Op 24/5/2012 heeft het hof van cassatie duidelijk gemaakt dat in een commanditaire vennootschap de beherende vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk zijn ongeacht de oorzaak of het moment van het ontstaan van de schuld. De stille vennoten in diezelfde vennootschap zijn enkel aansprakelijk ten belope van het kapitaal dat zij onderschreven hebben.