Vlaams bodemdecreet - gevolg voor failliete boedel

MEER SANERING VERVUILDE TERREINEN

Vanaf 1/6/2008 veranderde het Vlaamse bodemdecreet bodemsanering (Vlarebo). Doel was projectontwikkelaars aan te zetten om sterk verontreinigde gronden een nieuwe bestemming te geven. 

De wijziging komt vooral de projectontwikkelaars ten goede, maar ook ondernemers die een failliet bedrijf willen overnemen, verhuurders en appartementsbewoners. 
Belangrijkste wijzigingen waren :
  1. Cofinanciering bij overname
    Wie een failliet bedrijf overneemt, waarop nog een saneringsplicht rust, kan cofinanciering voor die sanering verkrijgen. De maatregel moet voorkomen dat niemand interesse toont voor 'black points'.
     
  2. Sanering in fases
    De sanering kan in fases verlopen. Dat stemt overeen met de economische realiteit, waarbij de eigenaars projectgewijs ook de sanering op hun terrein kunnen doorvoeren. Bedrijven kunnen wachten en financiële reserves aanleggen. Grote bedrijven als Umicore brachten die fasering al in de praktijk toe via een convenant met OVAM.
     
  3. Onschuldige eigenaar
    Er zijn uitgewerke criteria om als 'onschuldige eigenaar' erkend te worden. Voor eenzelfde terrein is de titel van onschuldige eigenaar ook overdraagbaar. Het gaat om gronden die uiteindelijk door de OVAM op overheidskosten gesaneerd moeten worden.
     
  4. Voor een beperkt bodemsaneringsproject dat normaliter binnen 180 dagen afgehandeld kan worden, is geen uitgebreide procedure meer nodig.
     
  5. Schadegevallen vlotter
    Wie nu via een ongeval de bodem verontreinigt, bijvoorbeeld met een lekkende tankwagen, gaat een moeilijke juridische procedure tegemoet. Dat gaat vlotter, als zo'n ongeval binnen 14 dagen gemeld wordt.
     
  6. Bij een complexe verontreiniging kunnen de eigenaars ervoor opteren te wachten met een effectieve sanering tot betere technieken beschikbaar zijn. Daarvoor is de toelating van OVAM nodig.
     
  7. De normen zijn minder streng bij historische verontreiniging als de nabestemming voorzien is in het decreet. Dat kan een aanzienlijke kostenbesparing tot gevolg hebben.
     
  8. De resultaten van een oriënterend bodemonderzoek bijlven geldig zelfs als op een terrein risico-activiteiten worden uitgeoefend.
     
  9. Wie een appartement verkoopt dat verbonden was aan een risico-inrichting (bijvoorbeeld boven een garage), kan volstaan met één onderzoek in opdracht van de vereniging van mede-eigenaars.
     
  10. Bij een huurovereenkomst van langer dan een jaar op een risicogrond is geen oriënterend bodemonderzoek verplicht.
Failliet Menulink: