Het overbruggingsrecht verjaart na 3 jaar

Het overbruggingsrecht geeft vaak problemen bij de opstart of bij samenloop met een andere uitkering. Je verliest immers het recht op je overbruggingsuitkering als je werk vindt. Zodra je 1 dag gewerkt hebt, verlies je het recht op je uitkering van de maand waarin die ene dag ligt. De wet heeft een termijn voorzien waarin noch jij noch de uitbetalende kas nog een betaling (of terugbetaling) van die uitkering kan afdwingen. Dat heet verjaring. Hoe is die verjaring nu juist geregeld ? De termijn is normaal gesproken 3 jaar, maar die termijn begint op een ander moment te lopen, naargelang je een uitkering vraagt of als de uitkering ten onrechte betaald en en moet teruggevorderd worden.

De startdatum van de verjaring is :

  1. De eerste dag van het kwartaal van stopzetting van de zelfstandige activiteit, als je wel tijdig een aanvraag ingediend hebt, maar als die om een of andere reden maar niet uitbetaald geraakt. Om je recht niet te verliezen is het dan aan te raden de verjaring te stuiten met een aangetekende brief gericht aan de kas die blijft aarzelen met de betaling.
  2. De dag van de onterechte betaling, als het sociaal verzekeringsfonds meent dat je de ontvangen uitkering moet terugbetalen. De verjaringstermijn kan van 3 jaar op 5 jaar gebracht worden in geval van bedrog. Als de termijn verstreken is, kun je de terugbetaling weigeren door schriftelijk de verjaring in te roepen. Begin je terug te betalen dan kan je geen verjaring meer inroepen, want dat geldt als een schuldbekentenis die de verjaring teniet doet.

Als je kas je uitkering terugvordert en je kunt geen verjaring inroepen, dan kan je misschien wel een verzaking van de terugvordering krijgen.

Hierna volgt de tekst van het KB van 18/11/1996 dat deze kwestie regelt.

Artikel 7bis.

Onverminderd de bepalingen van artikel 6 van dit besluit, verjaart de vordering tot betaling van de in artikel 7 voorziene uitkering na verloop van drie jaar.

De termijn van drie jaar neemt een aanvang de eerste dag van het kwartaal dat volgt op datgene van de stopzetting.  

Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek wordt de verjaring gestuit door een verzoek tot betaling, bij een ter post aangetekend schrijven, ingediend bij de bevoegde instelling. De stuiting is geldig voor drie jaar en mag worden hernieuwd.

Artikel 8bis.

De vordering tot terugbetaling van de in artikel 7 voorziene uitkering die ten onrechte werd betaald, verjaart na verloop van drie jaar te rekenen van de datum waarop de uitbetaling werd gedaan.

Buiten de in het Burgerlijk Wetboek vermelde oorzaken wordt de verjaring gestuit door een, bij ter post aangetekend schrijven, aan de schuldenaar betekende vordering tot terugbetaling van wat ten onrechte werd uitbetaald.

De verjaringstermijn wordt op vijf jaar gebracht indien de ten onrechte uitbetaalde uitkering werd bekomen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen of nog indien de begunstigde de verbintenis bepaald in artikel 5 niet heeft nageleefd.

Failliet Menulink: