De verjaringstermijnen van vorderingsrechten in het algemeen

Vóór 1998:  De verjaringstermijn van schulden bedroeg 30 jaar.

De overgangsregeling: Voor schulden ontstaan voor 27 juli 1998 ( = de inwerkingtreding van de wet), die op dat moment nog niet verjaard waren, bestaat een overgangsregeling. ( Art. 10 van de wet van 10 juni 1998 ) Deze regeling houdt in dat voor deze schulden een verjaringstermijn van 10 jaar begint te lopen op 27 juli 1998.
Deze schulden kunnen eventueel wel vroeger verjaren, indien de oude verjaringstermijn van 30 jaar vroeger zou verstrijken dan 27 juli 2008.
 
Sinds 1998: De wetgever bepaalde bij wet van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring dat schulden na 10 jaar verjaren. Voor zakelijke rechtsvorderingen blijft de termijn van 30 jaar behouden. ( Vb. eigendomsrechten op een gebouw, vruchtgebruik, …).