Als mijn vennootschap failliet gaat, kan de curator toch niet aan mijn persoonlijke eigendommen ?

Hier valt niet zomaar met ja of nee op te antwoorden.

Op het vlak van de aansprakelijkheid zijn niet alle vennootschapsvormen gelijk : er zijn er met beperkte aansprakelijkheid van de vennoten en er zijn er met onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten.

Voorbeelden van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid :

  • BVBA : besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
  • EBVBA : eenpersoons BVBA
  • In wording : de starters-BVBA
  • NV : naamloze vennootschap
  • CVBA : coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Voorbeelden van vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid :

  • VOF : vennootschap onder firma
  • CVOA : coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid

Er zijn ook vennootschapsvormen die zowel vennoten met beperkte als vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid bevatten :

  • Comm.V. : gewone commanditaire vennootschap.
  • Comm. V.A. : commanditaire vennootschap op aandelen.
     

Deze laatste twee vennootschapsvormen bevat steeds stille en werkende vennoten. De stille vennoot is aansprakelijk tot het ingebrachte deel, de werkende vennoot is hier onbeperkt aansprakelijk.

Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de oprichting of de overname van een vennootschap. Eens de vennootschap insolvabel is, is kennis van de vennootschapsvorm en het onderscheid tussen stille en werkende vennoot van belang om de aansprakelijkheid van elke vennoot individueel te bepalen.

Bij onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten kan de curator ook alle persoonlijke eigendommen van elk van de vennoten aanwenden om de schulden van de vennootschap te betalen.
Bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is het onderpand van de schuldeisers in principe beperkt tot het ingebrachte kapitaal.

Ook de vennoten van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kunnen niet steeds op die beperking van hun aansprakelijkheid rekenen. Hierna enkele veel voorkomende voorbeelden van doorbraak naar het persoonlijk vermogen van de vennoten omwille van de schulden van de vennootschap :

  • Bij de oprichting moet er een zeker maatschappelijk kapitaal onderschreven worden door de vennoten. Dat moet evenwel niet onmiddellijk volstort worden. Bij faillissement zal dit door de curator nog geëist worden van de vennoot die deze verplichting nog niet vervulde.
  • De rechter kan de beperking opheffen als er duidelijke beheersfouten gebeurd zijn (geen of een slechte boekhouding bijhouden, bijvoorbeeld)
  • Bij het aangaan van een lening van de vennootschap kan de zaakvoerder of een vennoot zich borg stellen voor die lening. Ten aanzien van die leningmaatschappij is er dus wel doorbraak naar het persoonlijk vermogen, maar dan wel beperkt tot het bedrag van de lening.
  • Tussen vennootschap en vennoot wordt er boekhoudkundig een zogenaamde rekeningcourant bijgehouden. Daar kan uit blijken dat de vennoot nog geld moet aan de vennootschap, en dat zal bij faillissement zeker nog opgevraagd worden door de curator. Het kan ook zijn dat de vennoot nog geld moet krijgen van zijn failliete vennootschap. Bij faillissement is de kans dat dit zal lukken evenwel zeer beperkt.

Het onderwerp vennootschappen en schulden en hun weerslag op vennoten en bestuurders wordt uitgebreid behandeld in een aparte rubriek.