Afwijkende termijnen voor specifieke schulden en overeenkomsten

Voor specifieke schulden en overeenkomsten kunnen wel afwijkende termijnen bestaan, dus het is steeds van belang om in elk concreet geval na te gaan wat de verjaringstermijn van de schuld is.

Enkele voorbeelden:
  • Kredietovereenkomsten: in principe bedraagt de verjaringstermijn 10 jaar, maar de termijn voor de intresten, met name de nalatigheidsintresten, duurt 5 jaar.
  • Facturen van elektriciteit, water, de levering van energie in het algemeen : 10 jaar in theorie. In een arrest van het arbitragehof d.d. 19.01.2005 ( n° 15/2005) oordeelde het hof echter dat aangaande facturen voor water een verjaringstermijn van 5 jaar geldt. Ook voor energiefacturen maakt het inroepen van verjaring na 5 jaar een ernstige kans. Lees meer.
  • Belastingen en BTW - vorderingen: verjaring 5 jaar na de heffing van de belasting
  • Factuur van een handelaar aan een particulier die geen handelaar is: 1 jaar na ontvangst van de factuur
    • ( ook hierop bestaan uitzonderingen vb. verjaringstermijn van 6 maand voor restaurantfactuur.)
  • Factuur naar aanleiding van een aannemingsovereenkomst: 10 jaar
  • Verzekeringen: 3 jaar
  • RSZ – bijdrage: verjaring na 3 jaar te rekenen vanaf  de dag van opeisbaarheid van de schuldvordering. De bijdragen zijn opeisbaar binnen de maand na het einde van het betreffende kwartaal. Voorbeeld: RSZ-bijdragen eerste kwartaal 2009 zijn opeisbaar vanaf 30 april 2009 en verjaren dus op 1 mei 2012. (vóór 1/1/2009 was de termijn nog 5 jaar).
  • Bijdragen voor de sociale zekerheid voor zelfstandigen worden vaak verward met RSZ bijdragen. Ten onrechte. Deze bijdragen verjaren na 5 jaar. De termijn loopt vanaf het einde van het kwartaal. Voor regularisaties start de verjaringstermijn vanaf de dag van ontvangst van de rekening.
  • Bij schuldvorderingen tussen handelaars onderling geldt een verjaringstermijn van 10 jaar.